Hoofdstuk 7/theorie examen/instrumentenbediening auto

Wat mee te  nemen naar je theorie-examen!

Hoe gaat het theorie-examen in zijn werk!

Neem naar je theorie examen!!, een geldig identiteitsbewijs en je reserveringsnummer mee. Dit nummer staat in de brief of e-mail die je hebt ontvangen. In de examenzaal mag je alleen je identiteitsbewijs meenemen.

Hoe gaat het theorie-examen?
Het theorie-examen bestaat uit 2 onderdelen:
Gevaarherkenning
Verkeersregels & verkeersinzicht

Je beantwoordt de vragen op een computer. Wil je precies weten over welke onderwerpen het theorie-examen kan gaan? Kijk dan in het document, inhoud cbr theorieexamen

Wat voor soort vragen krijg je tijdens je theorie-examen?

In het theorie-examen voor de auto kom je verschillende soorten vragen tegen. Dit kunnen zijn:
de sleepvraag;
de single-sleepvraag;
de invulvraag;
de hotspotvraag;
de ja/nee-vraag;
de meerkeuzevraag.

Belangrijk dat er de trucjes zijn die worden aangeleerd en niets met verkeersveiligheid te maken hebben. Het zijn er meer dan 20. Cursisten leren welke antwoorden horen bij bepaalde woorden of situaties, zoals:
Staat er in de vraag het woordje ‘invloed’, dan is het antwoord altijd ‘ja’. Bijvoorbeeld bij de vraag: ‘Heeft het rijden met open raam invloed op het brandstofgebruik?’

Een andere truc die wordt aangeleerd, is dat er bij het CBR altijd drie dingen toenemen als daarom wordt gevraagd. ‘Remweg, reactietijd en de centrifugaal kracht’: als deze woorden in de vragen voorkomen, is het antwoord altijd ‘toenemen’ of ‘neemt toe’.

En bij CBR-vragen met de woorden ‘nu nog’, ‘nu al’ of ‘alsnog’, is het antwoord altijd ‘nee’. Luidt de vraag: ‘Mag je nu nog van rijbaan veranderen’, dan is het antwoord altijd ‘nee’.

Ezelsbruggetje voor theorie

Voordat je in een auto mag stappen moet je eerst het theoretisch gedeelte onder de knie krijgen. Je gaat eerst de borden leren en dan mag je examen daarin maken. Het is natuurlijk handig als je een hulpmiddeltje hebt om de borden snel en makkelijk te kunnen onthouden. Er zijn immers een heleboel borden en soms kan het verwarrend overkomen. Je kunt dus gebruik maken van handige ezelsbruggetjes. Een ezelsbruggetje is een vuistregel, handigheidje of hulpmiddel om iets te onthouden. Bij het theorie examen krijg je de borden en ook verkeerssituaties. Daarin kun je aangeven wat jij zou doen in een bepaalde situatie. Om de borden van verboden te parkeren en verboden stil te staan uit elkaar te houden kun je dit ezelsbruggetje gebruiken: een bord met een kruiS = verboden Stil te staan.
Bij ee RechtDOOR op dezelfde weg n kruispunt waar geen verkeerslichten staan heeft rechtdoor voorrang: RechtDOOR op dezelfde weg gaat VOOR.

Een uitzondering is als jij rechtsaf wil slaan en een fietser rijdt aan jouw kant van de weg rechtdoor, dan moet je die fietser natuurlijk voorrang geven. Een bord met de punt naar boven is een waarschuwingsbord. Als 2 auto’s op dezelfde weg staan en dezelfde mocht moeten maken dan gaat de auto die een korte bocht moet maken voor de auto die een lange bocht moet maken: korte bocht gaat voor lange bocht. Links afslaan: S=in de spiegel kijken, P = pijl, O = opzij kijken, T =tegenliggers, gebruik het woord SPOT.

 

HET RIJBEWIJS,

Een rijbewijs is 10 jaar geldig. • Je wordt voor 5 jaar beschouwd als een beginnende bestuurder. • Vanaf 16,5 jaar mag je rijles nemen. • Vanaf 17 jaar mag je begeleid rijden met iemand naast je die langer dan 5 jaar zijn rijbewijs heeft én ouder is dan 27 jaar.

Instrumentenbediening auto